Persoonlijk leiderschap is werken aan Relationeel Meesterschap

Dit artikel schreef ik n.a.v. twee workshops met programmamanagers tijdens PGM Open op 2 februari 2017. De gespreksonderwerpen waren vertrouwen en transparantie in relatie tot persoonlijk leiderschap. Deze thema’s zijn uitgediept aan de hand van de werkvorm Appreciative Inquiery.

Routines

‘Als het gaat over vertrouwen, moet je als programmamanager doen wat te vertrouwen is: bouw routines in’, zegt Bertwin van Rooijen, een doorgewinterde programmamanager. Routines, dat is niet direct het woord wat zijn functiegenoten associëren met het creëren van vertrouwen. Maar om een goede start te maken kan het dus zo eenvoudig zijn. Daar hoort onlosmakelijk discipline bij: doe wat je zegt, anders laat je het in de basis al afweten. Juist in een goede verhouding met partijen kan je als programmamanager vertrouwen versterken en samenwerken op basis van transparantie. Transparantie gaat er niet (alleen) om of informatie voor iedereen beschikbaar is. Ook hier speelt de relatie een hoofdrol: ken je de andere partij, weet je wat hem of haar drijft, en welke belangen er zijn. Durf je als programmamanager ook transparant te zijn over zaken die je niet weet? Het gaat er erom dat je zowel kwetsbaar durft te zijn én je rug recht kunt houden. Dat je in staat bent om informatie te ontvangen die je juist niet met anderen deelt. Dat ervaren programmamanagers als de kunst en kunde van het omgaan met diversiteit (verschillende partijen, stijlen, belangen) in het netwerk van hun programma.

Durf je als programmamanager ook transparant te zijn over zaken die je niet weet?

Persoonlijk leiderschap

Programmamanagers zijn, als ik ze goed beluister, aimabele en behendige spelers. Ze maken makkelijk contact, staan open en stemmen zich soepel af op hun gesprekspartner. Het voelt comfortabel om met hen in gesprek te zijn. Dat hoor ik niet alleen terug in hun verhaal, maar ervaar het zelf ook tijdens de lunch en borrel: het kost geen enkele moeite aansluiting te vinden. Het is vanzelfsprekend dat er ruimte is voor anderen. Een belangrijk deel van hun persoonlijk leiderschap berust volgens mij op deze kracht. Natuurlijk moet je inhoudelijk slim zijn, en verstand hebben van processen en procedures, maar leiderschap toont zich vooral op relationeel vlak, daarin krijg je zaken voor elkaar.

De wens voor programmamanagers is dat ze hun talenten op dat vlak uit kunnen bouwen. Dat ze haarfijn aanvoelen waar grenzen liggen; in kunnen schatten welke grenzen nog ietsje te verleggen zijn, of juist te ver zijn ingekapseld dat je ze met rust moet laten. Ook het kennen van je eigen angsten, weten wanneer jouw eigen thema’s zich mengen in het contact, zodat je daar mee om kunt gaan. Een wens van de aanwezigen is ook in het hier en nu aangeven wat je als discrepantie ervaart in het contact, ook al is het slechts een gevoel. Het gaat bij persoonlijk leiderschap echt om het fijnslijpen van luisteren en handelen. Het luisteren naar jezelf, naar de ander en tússen jou en de ander om effectief te zijn.

Relationeel Meesterschap

De afrondende vraag aan de programmamanagers is wat ze te leren hebben om de staat van, wat ik hier noem, relationeel meesterschap te bereiken. Ofwel, waar ligt jouw uitdaging als het gaat meester te zijn in het contact met je netwerk? Naar voren kwam vooral het beter leren reflecteren in situaties. Met als aanvulling daarop het ook daadwerkelijk durven benoemen van wat jij op dat moment aan signalen krijgt: vanuit je lijf, uit de onderstroom in het contact of uit tegenstrijdigheden die je opvangt.

Waar ligt jouw uitdaging als het gaat meester te zijn in het contact met je netwerk? Klik om te Tweeten

Of juist tijdig leren afstand te nemen omdat de grens die is gesteld echt niet meer verandert. Dit werd treffend omschreven als het liefdeloos verwaarlozen van dat contact. Oordeelvrij, met een ‘leeg’ hoofd het gesprek in gaan, scoorde ook hoog op de gewenste ontwikkeling. Wat echter iedereen meenam was de suggestie om vooral mild te blijven.

Relationeel Meesterschap is een prachtig streven waar ruimte voor is als je met mildheid en nuance naar jezelf en de ander blijft kijken.